het verschil tussen uitvinden en innoveren

Over het verschil tussen uitvinden en innoveren is al veel geschreven. Het gaat uiteindelijk niet om de uitvinding, maar om de toepassing. Om te kunnen focussen op die toepassing hebben innovatietheoretici termen bedacht zoals “application concept” (De Bono) en “job to be done” (Christensen).
Vaak ontdekken gebruikers heel andere toepassingen dan de uitvinder voor ogen had. Meestal is daarvoor een combinatie van producten nodig, die bij de gebruiker wel en bij de uitvinder niet aanwezig is. Zo wordt er in de ICT veel geld verdiend met “killer applications” waar telecom en IT bedrijven zelf niet meteen op gekomen waren.

Het kan (tientallen) jaren duren voordat een uitvinding doorbreekt in de markt (“crossing the chasm” Moore). Het perspectief van de uitvinder, die al lang weer met iets nieuws bezig is, werkt daarbij eerder remmend dan bespoedigend.
Het acute probleem van de uitvinder is misschien gebrek aan financiering, maar zelfs met hippe crowdfinanciering of startupsubsidie is er nog niet voor iedere uitvinding een gebruiker te vinden. Soms is er (nog) geen zinvolle toepassing voorhanden.

Twijfelt u wel eens over het potentieel van uw uitvinding? Laat dan 7A er door de ogen van de gebruiker naar kijken.